Meet de Maker: Peter Seynaeve


De komende vier jaar werkt Het Zuidelijk Toneel met een vast team van diverse makers: van gevestigde namen tot nieuwe talenten. Stuk voor stuk eigenzinnig, ongetemd en allesbehalve dertien-in-een-dozijn — én ze zeggen volmondig ja tegen onze liefde voor fictie, ensemble-spirit en het radicaal serieus nemen van duurzaamheid. Onder aanvoering van artistiek directeur Sarah Moeremans en met huisdramaturg Joachim Robbrecht als scherpe denker aan de zijlijn, brengen ze komende jaren theater dat niet netjes binnen de lijntjes kleurt. In deze rubriek stellen we ze aan je voor aan de hand van de voorstellingen die ze bij ons maken. Wie zijn ze? Wat maken ze? En waarom maken ze wat ze maken?
Dit keer stellen we je graag voor aan maker Peter Seynaeve. Hij speelde door de jaren heen voor verschillende Nederlandse en Vlaamse regisseurs, onder andere in het legendarische Ten Oorlog van Luk Perceval. In 2006 maakte hij zijn regie-debuut, richtte zijn eigen gezelschap JAN op en maakte furore met voorstellingen waarin kinderen de hoofdrol spelen. Met Milo Rau maakte hij de alom geprezen CAMPO-voorstelling Five Easy Pieces over de zaak Dutroux. Peter gaat zich als maker focussen op zijn eigen oeuvre en zijn talent als regisseur verder ontwikkelen en ontdekken. Seynaeve maakt ideeën emotioneel. Hij heeft het vermogen vanuit een klein verhaal of emotie grote en complexe maatschappelijke uitdagingen invoelbaar te maken.
Saved Game is een rauwe en meeslepende solo over een moeder die haar zoon verloor in een ongeluk dat ze zelf veroorzaakte. Wanneer ze inlogt op het gameaccount van haar overleden zoon, wordt het spel een vluchtplek waar ontkenning en verlangen elkaar versterken. Leven en levels lopen door elkaar, avatars versmelten met herinneringen en de grens tussen realiteit en pixelwereld brokkelt langzaam af.
Ik vind het heel erg spannend. Ik heb eerder al een paar jaar in die stoel gezeten maar omdat ik dat te intens en te beangstigend vond had ik eigenlijk besloten het regisseren achter me te laten. Als regisseur draag je een veel grotere verantwoordelijkheid dan als speler, of zo voelt dat toch. Laat mij maar lekker spelen, dacht ik... In de jaren die volgden heb ik naast het spelen wel altijd voorstellingen blijven coachen en de laatste jaren werd ik ook steeds meer als eindregisseur gevraagd. Toen de uitnodiging van Sarah Moeremens kwam om bij HZT een voorstelling te maken heb ik beslist dat de tijd rijp was om over mijn angsten heen te stappen en terug te gaan regisseren. Het is echter zeker niet de bedoeling dat ik zou stoppen met spelen. Spelen blijft mijn grootste passie, maar de twee combineren lijkt mij voor nu ideaal.

Na de uitnodiging van Sarah ging ik nadenken over wat ik zou gaan maken en met wie. Ik had al eerder met Julia Ghysels in een voorstelling gestaan als speler en die ontmoeting smaakte naar meer. Het leek me interessant om voor dit project met Julia aan de slag te gaan. Toen de vraag van Het Zuidelijk Toneel kwam was ik een boek van Dennis Cooper aan het lezen: ‘God Jr.’. Dit is een roman die gaat over een man die in een auto-ongeluk zijn zoon verliest en tijdens het rouwproces ‘hooked’ raakt aan de lievelingsgame van zijn zoon. Dat boek leek me een mooi vertrekpunt om een nieuwe theatermonoloog te schrijven voor Julia.
Ik heb eerst een ruwe bewerking gemaakt van het boek, daarna heb ik het boek weggegooid en ben ik gaan schrappen en bijschrijven. Af en toe heb ik dan versies laten lezen aan Joachim Robbrecht, sparringpartner en huisdramaturg van HZT, om zo uiteindelijk tot de tekst te komen waarmee we de repetities zijn gestart. Tijdens het repetitieproces heeft de tekst zich dan nog verder ontwikkeld. Er werd nog meer geschrapt en bijgeschreven en zo ben ik uiteindelijk samen met Julia tot het definitieve script van de voorstelling gekomen.
De titel verwijst naar een gesaved game die de moeder van een dode jongen vindt op zijn computer. In de voorstelling verdwijnt ze steeds meer in dat computerspel in de hoop zo dichter bij haar overleden kind te komen. Het is een poging van haar om de werkelijkheid te ontvluchten of net dieper in haar verdriet te duiken. Play the pain away. De voorstelling gaat ook over hoe eenzaam zo’n rouwproces is, alle goede raad en adviezen van de mensen om je heen ten spijt.

Een monoloog is inderdaad een heel intens werkproces. Het is een dialoog tussen maker en speler, één-op-één. Dat is soms moeilijk maar ook heel bijzonder. De gesprekken gaan dieper, de vragen zijn groter. We hebben gewerkt in verschillende repetitieblokken. Eerst drie weken enkel Julia en ik. Later in het tweede blok kwam Gode Kempen erbij, hij maakt de muziek voor de voorstelling en is zo via zijn klanken eigenlijk een tegenspeler geworden voor Julia. In een nog latere fase zijn decor, kostuum, techniek en licht de repetitieruimte binnengewandeld en zo werd de voorstelling toch steeds meer een groepswerk. Dat is waarom ik zo van theater hou, omdat het uiteindelijk toch altijd een groepsinspanning is, zelfs als het om een monoloog gaat.
Als regisseur was dit project voor mij vooral een les in loslaten en vertrouwen durven geven. De vruchtbaarste repetities waren de repetities waarin ik het durfde ‘niet te weten’. Dat was niet alleen een les voor mij als regisseur maar ook voor mij als mens.
Ik ben een regisseur die tot nu toe altijd zelf de vormgeving van zijn voorstellingen heeft gedaan. Bij mij ontstaat en ontwikkelt de vormgeving zich tijdens een repetitieproces. Ik heb op voorhand geen idee wat het uiteindelijke decor van de voorstelling zal zijn, welke vorm de voorstelling nodig heeft. Dat is belangrijk voor mij, meer nog, die zoektocht naar vorm is de motor van mijn regie. Wat heeft de speler nodig, wat heb ik als maker nodig.
Voor deze voorstelling heb ik dat dus samen met vormgever Johanna Trudzinski gedaan. Zo had ik voor het eerst een gesprekspartner in deze. Eigenlijk meteen nog twee andere gesprekspartners want Sarah Moeremans en Suze Milius zaten mee aan tafel, omdat wij een decor delen voor de drie voorstellingen. Dat ik niet alleen vormbeslissingen zou nemen was een primeur voor mij en dus heel bijzonder en boeiend. Echter omdat ik de eerste ben die met een deel van het gedeelde decor in première gaat heb ik, denk ik, het minst de beperking gevoeld. Het zal straks vooral voor Sarah en Suze een wellicht meer een uitdaging worden om ‘mijn’ decor in dat van hun voorstellingen te integreren.
Mijn werk is heel uitgepuurd en emotioneel. De focus ligt op de speler. De speler en het gespeelde personage vallen zoveel mogelijk samen. Net zoals de vorm en de inhoud van de voorstelling samenvallen. Ik zoek naar een zo groot mogelijke kwetsbaarheid en verbeelding en die start voor mij altijd bij de speler. Ik hoop dat de kijker zich verplaatst in het personage, dat het publiek even in het hart en het hoofd van de speler gaat wonen en dat we een dik uursamen ademen. Daarnaast hoop ik dat het publiek even hard onder de indruk zal zijn van Julia’s spel als ik dat ben en dat ze even ontroerd zullen zijn als ik dat menig maal was tijdens de repetities.
Bovenal hoop ik dat het publiek zich bij het verlaten van de zaal net iets meer verbonden en minder eenzaam zal voelen als ervoor.
Bedankt Peter, voor een kijkje in je maakproces!
Saved Game speelt t/m 30 mei 2026 in theaters. Play the pain away!