De geschiedenis van Het Zuidelijk Toneel is helaas ook een geschiedenis die de bredere tendens spiegelt van een theaterlandschap waarin vrouwen structureel minder kansen kregen dan mannen. Gelukkig komt daar, naarmate we het heden naderen, steeds meer verandering in.

Aan de hand van uitgelichte voorstellingen, belangrijke knooppunten en projecten wordt hier het indrukwekkende verhaal van Het Zuidelijk Toneel verteld. Er vallen namen, veel namen van regisseurs en acteurs en titels. Maar achter die titels en namen van regisseurs schuilen nog veel meer losse en vaak ook vaste medewerkers die verschillende decennia bij het gezelschap werken.
1954
Het Zuidelijk Toneel wordt opgericht!
1973
Petra Laseur wint de Theo d’Or
Voor haar rol in Ibsen’s Hedda Gabler in een regie van Hans Croiset.
1974
Huh?! Opnieuw een Theo d’Or. Ja, deze keer voor Sacha Bulthuis
Voor haar rol in Een vleug van honing in de regie van Lo van Hensbergen.
1978
Gerardjan Rijnders begint als artistiek directeur van Globe (de huidige naam van Het Zuidelijk Toneel).
1983
Drie zusters en een relletje!
Hans van den Bergh publiceert een brief aan Gerardjan Rijnders waarin hij de affiche van Drie zusters als ‘uiterst provocerend’ bestempeld, omdat er drie travestieten met ‘mallotige maskers’ op staan en dat niet anders gezien kan worden dan een ‘goed gemikte trap tegen de schenen van echte Tsjechov-liefhebbers’ (Hollands Maandblad, Jaargang 1983).
1984
Elisabeth Andersen wint de Theo d’Or
Voor haar rol in de voorstelling In het Tuinhuis van Gerardjan Rijnders.
1985
Wolfson, de talenstudent
Volgens recensent Piet Simons, verwart en onthutst Gerardjan Rijnders en laat hij veel te raden over in dit theatrale hoogstandje waarmee hij afscheid neemt.
Crisisjaar met zakelijk leider Kommer ’t Mannetje aan het roer
In 1985 heersen verschillende opvattingen over welke artistieke koers Globe moet gaan varen na de periode Gerardjan Rijnders. Er heerst een crisissfeer. De publiekscijfers vallen tegen gezien Rijnders' artistieke universum als te uitdagend voor het grote publiek wordt ervaren. Een deel van het gezelschap wil dat Theu Boermans als directeur de nieuwe route zou uitstippelen. Anderen zien meer in Kees Hulst. Uiteindelijk komt er een vierkoppige artistieke leiding aan het roer met Kees Hulst, Theu Boermans, Sam Bogaerts en dramaturg Paul de Bruyne.
De vier komen kunnen echter geen eensgezindheid vinden over het speelplan voor 1986 en de eerste voorstelling die Globe presenteert, Hamletmachine/Egofiel, doet de zuidelijke schouwburgdirecteuren steigeren omdat ze zo publieksonvriendelijk zou zijn. Directeur Kommer ‘t Mannetje grijpt in en draagt de jonge regisseur Ronald Klamer voor als artistiek leider. Dat is een verrassing, want Ronald Klamer is jong en heeft weinig ervaring.
De Toneelmaker van Thomas Bernhard
Ondanks alle perikelen weet Theu Boermans een noemenswaardige versie van De Toneelmaker van Thomas Bernhard te regisseren. Nog indrukwekkender is dat Boermans ook nog de hoofdrol speelt, omdat acteur Gerard Thoolen ziek wordt.
1987
Die Fledermaus in regie van Hans Nieuwenhuis
In tegenstelling tot ‘de Bende van Vier’ komt Ronald Klamer al snel met plannen. Een van die plannen is een opvoering van Die Fledermaus, de beroemdste operette van Johann Strauss junior, een echte volkse operette en vermoedelijk ook een poging om te breken met het intellectualistische en publieksonvriendelijke imago dat het gezelschap in die tijd heeft.
1988
Globe sterft, lang leve de Zuidelijke Toneelvoorziening
Het leiderschap van Kommer ’t Mannetje en Ronald Klamer kan de minister van Cultuur niet overtuigen. De subisidie van het gezelschap wordt stopgezet, maar tegelijkertijd wordt al een nieuwe toneelvoorziening in het leven geroepen, waarvan de Belg Eric Antonis bestuurder wordt. Het gezelschap heet vanaf nu Zuidelijk Toneel (zonder ‘Het’!).
1990
Ivo van Hove wordt artistiek directeur
Ivo Van Hove wordt artistiek directeur en zal dat blijven tot 2000. Zijn vaste kompanen vormgever Jan Versweyveld en dramaturg Klaas Tindemans komen mee. Van Hove concentreert zich in die jaren op het klassieke tekst-repertoire. De periode bij Het Zuidelijk Toneel zijn de jaren waarin van Hove gestaag naar nationale erkenning toewerkt. Theatercritica Hana Bobkova schrijft over zijn werk dat ogenschijnlijk onverenigbare tegenstellingen er zich in bestuiven: ‘Poëzie/politieke, natuur/ rede, gevoel/verstand en taal/beeld of liever gezegd: ‘taal en lichaam bevechten elkaar en vullen elkaar aan’.
In 1990 opent hij met Het Zuiden, een tekst van Julien Green. Enkele van de notoire stukken waren…
1991-92
Het Begeren onder de Olmen
1993-94
Hamlet en Rijkemanshuis
1996
De Tramlijn die Verlangen heet

2001
Begin van het ZT Hollandia tijdperk (2001 tot 2005)
In 2001 fuseert het toneelgezelschap Hollandia met Het Zuidelijk Toneel. Daaruit ontstaat het nieuwe gezelschap ZT Hollandia met Johan Simons als artistiek directeur, die daarvoor al Hollandia leidde. Daarmee maakte hij de ene toegejuichte voorstelling na de andere. Het gezelschap kenmerkte zich door interesse in het slechten van muren of drempels tussen theater en andere disciplines, werk- en levensterreinen. Daarom werkten ze ook graag op locatie. Het gezelschap verzette bakens in het Nederlands theaterland, maar bleef ook internationaal niet onopgemerkt. Door de fusie van beide gezelschappen kon Johan Simons grotere dromen waarmaken.
Zijn intrede werd gemarkeerd door de voorstelling Woyzeck (de klassieker van Georg Büchner) met acteurs die het gezelschap in die jaren smoel geven: Carola Arons, Bram Coopmans, Fedja van Huêt, Bert Luppes en Chris Nietveld. Legendarische voorstellingen waren daarnaast De Val van de Goden (2002- regie door Johan Simons en Paul Koek), Bacchanten (2002- met muziek van Nouri Iskandar) en Fort Europa (tekst door Tom Lanoye), de laatste voorstellingen in 2005 waarmee het Simons tijdperk werd afgesloten.
JONGHOLLANDIA
JONGHOLLANDIA was ook een belangrijke pijler van deze periode. Het collectief van jonge acteurs maakte in Brabant furore en hield zich thematisch voornamelijk bezig met de condities van het stadsleven. Hieruit ontstond later het collectief Wunderbaum. Ook van belang was het muzieklaboratorium van het gezelschap Veenstudio, waaruit het gezelschap De Veenfabriek ontstond.
2005
Matthijs Rümke wordt directeur van Het Zuidelijk Toneel
Matthijs Rümke volgde Johan Simons op en was in de regio Brabant bekend als artistiek leider van Artemis. Zijn plannen met Het Zuidelijk Toneel splitsten zich aanvankelijk toe op voorstellingen gebaseerd op nieuwe Nederlandse theaterteksten. Later, omdat hij ernaar streefde een groter publiek naar het theater te trekken, besloot Matthijs Rümke in te zetten op meer spectaculaire voorstellingen met cabaretiers.
Theaterbelofte Olivier Provily maakt 4.48 Psychose
Ook bood Rümke de kans aan de vijfendertigjarige theaterbelofte Olivier Provily, wiens theaterstukken in de jaren ervoor veelvuldig waren opgemerkt. Terwijl Johan Simons nog bezig was aan Fort Europa, werkte Olivier al aan 4.48 Psychose met actrice Nannette Edens.
