RECENSIES


Foute grappen
De Groene Amsterdammer - 24 februari 2010 - Loek Zonneveld
'Stand up' mist echte interactie tussen personages
Brabants Dagblad - 1 februari 2010 - Joost Goutziers
Theater wint krachtmeting met comedy
TheaterCentraal - 16 februari 2010 - Celia Noordergraaf
Kwaliteit of lekker scoren
De Telegraaf - 9 februari 2010 - Marco Weijers
Flauw stuk over flauwe grappen
de Volkskrant - 1 februari 2010 - Annette Embrechts
Zelfhaat van de stand-up komiek
NRC Handelsblad - 2 februari 2010 - Kester Freriks
Stand up maakt verwachting niet waar
Dagblad De Limburger - 8 febrauri - Jos Prop
Stand up: grappige aanklacht
CJP.nl - 16 februari 2010


Foute grappen
De Groene Amsterdammer © Loek Zonneveld

Jan Jaap van der Wal opende in 2007 zijn programma BSUR met de nachtmerrie van iedere comedian: een verrassingsoverval door een quasi-fan bij een pinautomaat, inclusief de bijbehorende categorische imperatieven: jij bent leuk! Kom ‘ns hier! Vertel een grap! Sander van Opzeeland, die voor het Zuidelijk Toneel het toneelstuk Stand up schreef, overkwam onlangs iets vergelijkbaars bij een radioprogramma toen de presentator van dienst, overigens een ongelooflijke eikel met een gecapitonneerd bord voor zijn harses, vroeg of-ie nog een goeie grap paraat had. Komt-een –radiopresentator-bij-de-dokter was even geen optie, maar ik hoorde Van Opzeeland aarzelen.

Het barre land tussen behagen en irriteren is overigens wel het onderwerp van zijn stuk en van de voorstelling. Oorspronkelijk stond Comedians van Trevor Griffiths op de rol, een soort Idols voor biljartkomedianten in bruine kroegen, maar dat stuk bleek wellicht de baard te hebben van een platgetrappelde moppentrommel. Van Opzeeland handhaaft de structuur van het origineel: comedians die verder in het vak willen, doen mee aan een wedstrijd, we zien de laatste samenkomst met hun leraar, daarna de live optredens, en aansluitend de jurybeoordeling. De standuppers-in-opleiding worden gespeeld door de toneelspelers Dennis Rudge (de handige Antilliaanse bliksem Jerrel) en Martijn Fischer (zielenpoot-homo Gerald), beiden met een hoge dosis foute grappen. Jef Hoogmartens speelt mooi de opgelierde Ben Hicks-fan Alex, Remco Melles en Justus van Dillen doen een sneu komisch duo dat geen vijanden meer nodig heeft, en komiek Kees is een goeie rol van Mark Kraan, een kneus met een muts thuis die niet van de telefoon kan afblijven, maar hij heeft wel een act die ertoe doet. Hun leraar word gespeeld door acteur/comedian John Buijsman, een vakman aan wie je kunt zien dat het woord comédien al theatereeuwen lang  staat voor een podiumkunstenaar die van alle markten thuis is.

Stand up behandelt eigenlijk de balanceeract die het ontstaan en het ontsporen van een goed verhaal is, het gaat zowel over leren timmeren als over de schoonheid van een goeie stoel, techniek en werking, behagen of ontregelen, het is niet zozeer een kijkje in de keuken van de komiek, als wel in zijn kop, zijn hart en zijn kloten. Maar in de kern is het dus een balanceeract, geen wellmade play, eerder  een oefening in stamelen en struikelen. In die zin is het ook een goudeerlijke onderneming, omdat ze zich niet op virtuositeit laat voorstaan – hoewel er bij vlagen behoorlijk virtuoos wordt geacteerd. De wijze les van de leraar aan het slot is een stuk minder looiig dan in Griffith’s Comedians (kort door de bocht: valt er nog te lachen na Auschwitz, en waarom dan?), maar ze is universeler, rechtstreeks verwijzend naar Gogol eigenlijk, de maestro van de wrange lach, de uitvinder van de paradox, van de toneelopening als lachspiegel, wie lacht om wie, en waarom dan? John Buijsman speelt dat prachtig. Maar het ensemble als geheel (regie: Matthijs Rümke) verdient een pluim. Inclusief de echte standupper die, roulerend per avond, master of ceremonies is, jurylid en ledenpop van het commerciële clubcircuit, op de premièreavond was dat Henry van Loon die de zenuwen de baas werd met wel erg veel houtenklazerigheid. Ga kijken naar deze voorstelling, die in de geschreven media hier en daar wel erg hard werd afgeblaft in stukjes die volgens mij deel zijn van het misverstand waarmee dit stukje opent.

naar boven


'Stand up' mist echte interactie tussen personages
Brabants Dagblad © Joost Goutziers

In de theaterwereld woedt discussie over de plaats van het repertoiretoneel. Klassieken van Shakespeare, Beckett of Tsjechov zouden worden ondergesneeuwd doordat gezelschappen steeds vaker populaire romans vertalen naar het podium.

Het Zuidelijk Toneel gooit het over een andere boeg. Werkte het gezelschap in eerdere producties met cabaretiers (Bert Visscher en Van Houts en De Ket), voor de nieuwe voorstelling 'Stand up' liet het de toneeltekst schrijven door Sander van Opzeeland. Deze comedian kent het wereldje van comedy als zijn broekzak en grappen verzinnen is zijn vak. Maar dat blijkt allerminst een garantie voor een doorwrocht stuk. 'Stand up' mist diepgang en spanning. En op getreiter en kleine aanvaringen na is er weinig wezenlijke interactie tussen de personages, zeker in het begin. De vondst om een duo kibbelende komieken uit de hoge hoed te toveren, trekt dat gemis niet recht.

Onderhoudend en humoristisch is de voorstelling zeker. 'Stand up' duurt bijna tweeënhalf uur, maar vervelen doet het niet. Dat ligt aan de snelle aaneenschakeling van acts in het comedycafé, maar ook aan de karakters van de personages die mijlenver uit elkaar liggen. Stand-upper Gerald is een kwetsbare Friese homo, Alex een ongeleid projectiel en Jerrel een met zichzelf ingenomen ego. Bovendien is het aangenaam om te zien hoe optredens van de stand-uppers de mist in gaan. De een is de tekst kwijt, een ander ruziet op het podium of raakt overmand door emoties. Comedy kent vele valkuilen. 

In 'Stand up' stappen acteurs als Martijn Fischer, Mark Kraan en Dennis Rudge in de huid van comedians. Ze spelen beginnelingen, middelmatige komieken, leunend op clichés, maar met een grote ambitie om door te breken. Oude rot Freddie Martens (John Buijsman) geeft de laatste tips voordat de zes stand-uppers voor de leeuwen worden geworpen.

Henry van Loon is de enige echte comedian op het podium. Hij speelt Mark Lucifer, de Master of Ceremonie die twee deelnemers selecteert voor een volgende stap in hun carrière. Van Loon is geen ervaren acteur, zo toont hij aan. Hij maakt van Lucifer een bordkartonnen personage.

Gedurende de voorstelling is er een doorlopende woordenstrijd tussen Martens en Lucifer. De eerste drukt de stand-uppers op het hart hun eigen persoonlijkheid als uitgangspunt te gebruiken. Lucifer hamert er met duivels genoegen op dat karakter niet telt. Hij ziet comedy als een kannonade aan grappen en wil snel scoren.

Dat is een afspiegeling van de discussie in de theaterwereld: blijf je trouw aan traditie en kwaliteit of lever je principes in om de gunst van het publiek te winnen. 'Stand up' lijkt een voorbeeld van die laatste stroming, maar die conclusie zou Het Zuidelijk Toneel ernstig tekort doen. De voorstelling legt juist de vinger op de zere plek.

Het Zuidelijk Toneel werkt samen met uitstekende acteurs. Mark Kraan zet een prachtige Kees neer, een saaie man die overdag op kantoor zit en 's avonds op de bank ligt te zappen en fantaseert over zijn nichtje. Hij is geen lolbroek, maar een man die in al zijn onmacht ontroerend grappig is. Aan het einde van de voorstelling huilt Freddie Martens bij Kees uit. Ineens zitten daar mensen van vlees en bloed. Deze scène ontroert en het is zonde dat het publiek zo lang op deze intensiteit moet wachten.

naar boven


Theater wint krachtmeting met comedy
TheaterCentraal © Celia Noordergraaf

In ‘Stand up’ bereiden zes mannen die een cursus stand-up comedy gedaan hebben, zich voor op een talentenjacht. Terwijl de zenuwen door hun lijf gieren, lopen ze zich warm door elkaar flink af te zeiken. De voorstelling is een boeiende mix tussen theater en stand up comedy. De wereld achter en óp het podium. In beide draait het om wie je bent en waar je werkelijk voor staat met soms een verrassende uitkomst. Schlemielige kantoorklerk Kees blijkt een authentiek talent, maar geen stand-up-comedian.

Eén voor één komen ze binnenvallen, de zes mannen die de afgelopen tijd hard aan hun comedytalent gewerkt hebben. Eén voor één verlaten ze aan het eind van de voorstelling weer het toneel. In tussentijd hebben we ze een beetje leren kennen: de winnaars het minst, de ‘verliezers’ het best. Freddie Martens, een mooie rol van John Buijsman, is op en top de leraar. Altijd bezig het beste uit zijn pupillen halen, nu zijn carrière als succesvol komiek voorbij is.
Freddies lessen vormen een mooie vorm van metacommunicatie over waar het nu werkelijk om gaat in het theater. Jezelf zijn, echt houden van je publiek, ervoor gaan… Tegelijk druipt de ironie er vanaf, waardoor er met al die belangrijke theaterthema’s ook flink de draak gestoken wordt. De onderkoelde en nonchalante humor van stand-upcomedian en talentscout Mark Lucifer gespeeld door Henry van Loon is een en al dubbele bodem. De oud-leerling van Freddie (ja, helaas indertijd niet zo leuk weggegaan) heeft het inmiddels helemaal gemaakt. Van Loon zet een arrogante kwast neer, die ondanks al zijn arrogantie af en toe toch echt leuk is.

De talenten van de stand-up comedians in opleiding lopen nogal uiteen en lijken een staalkaart te bieden van wat in humor mogelijk is. Dennis Rudge maakt als Jerrel handig gebruik van de vooroordelen en foute grappen die er over Antillianen bestaan. Jef Hoogmartens zoekt het als de opgefokte Alex vooral in woedende tirades over alles wat mis is in de maatschappij en de medemens. Het duo Peter en Willie gespeeld door Remco Melles en Justus van Dillen belooft met Jiskefet-achtige kantoorhumor te komen, maar hun gortdroge en flauwe gekissebis, blijft flauw en is op geen enkele manier humoristisch. Martijn Fischer speelt de aandoenlijke dikke homo Gerald goed, maar de ster van de avond is Kees, gespeeld door Mark Kraan. Aanvankelijk een grijze muis die al zijn grappen op papier voor zich moet hebben – en dus worden gejat door Alex –, geleefd door zijn mobiele telefoon, gooit hij geleidelijk alle knellende banden af en kiest voor de vrijheid. Een schitterende performance waardoor hij voor Freddie de winnaar is.

Stand-up comedy, cabaret, theater, genregrenzen vervagen in deze ruim twee uur durende voorstelling. Het meest dominant is het wanhopige gevecht van zes mannen die elk op hun eigen manier hun saaie leven proberen te ontvluchten door beroemd te worden in het theater. Ontroerend, herkenbaar, grappig.

naar boven


Kwaliteit of lekker scoren
De Telegraaf © Marco Weijers

"Je moet je publiek vooral niet overschatten. Het is zo stom als het achtereind van een varken." Mark Lucifer zegt het met de arrogantie van de gearriveerde artiest. Hij verdient als stand-upcomedian een goed belegde boterham en komt in Stand Up van Het Zuidelijk Toneel zes hoopvolle aspirant-collega's beoordelen. Doe vooral niet moeilijk, is zijn devies: "Geef de mensen wat ze willen."

't Had een vrij vertaalde versie van het bestaande Britse toneelstuk Comedians moeten worden, maar onder de handen van Sander van Opzeeland groeide de bewerking uit tot iets nieuws. Regisseur Matthijs Rümke gaat opnieuw de samenwerking aan met een andere theaterdiscipline. De schrijver komt uit het wereldje van de stand-upcomedy en drie stand-upcomedians van de Comedytrain dragen bij toerbeurt hun steentje bij.

In de rol van Mark Lucifer delen zij het podium met acteurs van Het Zuidelijk Toneel, die gestalte geven aan de potentiële comedytalenten uit het stuk. Tijdens de repetities kan dat een interessante wisselwerking hebben opgeleverd, maar op het toneel vallen de verschillen goeddeels weg.

Twee spelers hebben een afwijkende rol: Stan Bannier komt als side-kick toevallig even langs, John Buijsman overtuigt als de comedycoach die bij de kandidaten hamert op echtheid en originaliteit. Hij ergert zich aan de adviezen van Lucifer, omdat deze pleit voor het voorspelbare vermaak dat hij als coach verfoeit. Stand Up draait om dat spanningsveld tussen kwaliteit en gemakkelijk succes.

Onder de kandidaten zijn de meningen op dat punt verdeeld. In afwachting van hun auditie zijn het allemaal nogal clichématig typetjes, maar tijdens optredens komen ze soms verrassend uit de hoek. Dat een deel van deze comedians in de dop plat op hun gezicht gaat in Stand-Up, levert echter wel flinke hobbels op. Een slechte grap blijft een slechte grap, zelfs al is-ie door de schrijver zo bedoeld. Soms is het om die reden lastig te bepalen waar spel ophoudt en waar echt talent begint. Al blijft dan ook overeind dat de fulminerende Jef Hoogmartens en de gecultiveerde sukkel Mark Kraan zich zichtbaar thuis voelen in hun rol.

naar boven


Flauw stuk over flauwe grappen
de Volkskrant © Annette Embrechts

Even een misverstand wegwerken: de nieuwe voorstelling Stand Up van Het Zuidelijk Toneel is geen stand-up comedy. Het is stand-down comedy: een komisch toneelstuk dat tekeergaat tegen de macht van makkelijke grappen.

Sander van Opzeeland, zelf stand-upper bij Comedytrain, schreef een toneeltekst over zes middelmatige mannen die per se comedian willen worden. Allemaal hebben ze hun motieven om de alledaagse sleur te willen ruilen voor een bestaan in dienst van de vette lach van het grote publiek. De een kan zijn leerlingen wel wurgen, de ander is slaaf van vrouw en kantoorbaan, een derde hoop zijn cynisme te gelde te maken. Allemaal ontdekken ze dat de moeilijkheid niet zit in de snelle lach - de middelmatige Nederlander reageert toch wel - maar in het morele dilemma hoe lang je nog achter je opgefokte lolligheid staat. Beledig je complete bevolkingsgroepen: homo's, negers, joden? Imiteer je BN'ers? Of vertel je banale moppen over worteltjestaart?

Het is lovenswaardig dat Het Zuidelijk Toneel het populaire fenomeen stand-up comedy onder handen neemt. Matthijs Rümke vroeg als tekstschrijver iemand die het wereldje van binnen kent en dus zijn eigen nest bevuilt ('Comedypubliek is het op een na domste publiek; het domste is musicalpubliek'). Van Opzeeland grijpt de gelegenheid aan om bovendien tekeer te gaan tegen de macht van de middelmaat die de televisie regeert, en zijn leger bekende Nederlanders. Jammer alleen dat Opzeeland zelf een middelmatig toneelstuk schreef. Er zit te weinig ontwikkeling in de personages, de tragiek in hun onderlinge conflicten is niet grimmig en gelaagd genoeg en de talentenjacht halverwege is een te lange aaneenschakeling van stereotiepe optredens. Bovendien wordt John Buijsman, de meest ervaren acteur, te weinig ingezet. Hij speelt een uitgerangeerde komeik, de docent van het zestal. Als hij lange tijd vanuit de zaal toekijkt, wordt zijn cynisme commentaar node gemist.

Als MC annex talentscout vraagt HZT telkens een stand-upper. Bij de première was dat Henry van Loon die het als acteur net redt maar als grappenmaker het gehekelde niveau nauwelijks ontstijgt. Grappig zijn wel de B-comedians: van zelfhater (Mark Kraan) tot mismaakte homo (Martijn Fischer), van dommig duo (Remco Melles en Justus van Dillen) tot grove afzeiker (Jef Hoogmartens) en van swingende zwarte (Dennis Rudge) tot spuit elf (Stan Bannier). Die laatste, eigenlijk lichtontwerper en technicus, scoort het best, als verdwaalde, sullige trombonist uit Limburg, door zijn perfect vertraagde timing.

Na twee uur Stand Up is duidelijk: comedian worden is een keuze, comedian spelen een vak. En toneelschrijven ook.

naar boven


Zelfhaat van de stand-up komiek
NRC Handelsblad © Kester Freriks

"Het comedypubliek is het op een na domste publiek; het domste is musicalpubliek", luidt een van de oneliners in de voorstelling Stand Up door Het Zuidelijk Toneel. De grap valt dood. Hij is dan ook niet echt leuk, evenmin als de reeks grappen over homo's, Joden, BN'ers, negers, vrouwen, televisie, porno. Stand Up is een zelfhaatstuk van komiek Sander van Opzeeland over het genre stand-up comedy. Het Zuidelijk Toneel werkt hiervoor samen met Comedytrain.

Met Stand Up geeft Van Opzeeland gezicht aan zes middelmatige tot zeer slechte aspirant stand-uppers tijdens een talentenjacht. Na Driestuiversopera en Reis om de wereld in 80 dagen, gaat regisseur Matthijs Rümke verder met de liaison tussen toneel en cabaret.

De aankomende stand-uppers zien dat ze inderdaad geen talent hebben, met uitzondering van de gimmige Jef Hoogmartens en Dennis Rudge. De grappen zijn grof en lijken op elkaar. Elk van deze mannen is geobsedeerd door een ranzige vorm van seks die bijna zielig aandoet. Er is een acteur die torenhoog boven de gretige comedians uitstijgt, en dat is John Buijsman. Hij vertolkt de rol van de volleerde comedian. Alleen al met zijn fraai ouderwets kostuum laat hij zien dat hij ver afstaat van deze mannen die zo graag comedian willen zijn. Zijn slotmonoloog over een geweldscène op straat, waarbij de voorbijgangers net zo willoos toekijken als het theaterpubliek, is indrukwekkend.

De anderen vallen hierbij in het niet. De flirt van toneel met cabaret is ditmaal niet gelukt. Ik zou graag van regisseur Rümke een mooie regie zien van een klassiek toneelstuk. Dat lijkt me te behoren tot de taak van een groot repertoiregezelschap. Nu levert hij half werk.

naar boven


Stand up maakt verwachting niet waar
Dagblad De Limburger © Jos Prop

Velen doen leuk, slechts een enkeling is leuk. Het beroep van humorist is een moeilijk vak. Een toneelstuk spelen waarin de humor onleuk, dus tenenkrommend pijnlijk moet zijn is, zoals de voorstelling Stand up laat zien, van een nog hogere moeilijkheidsgraad. Mocht er al iets te genieten vallen, dan ligt dat niet aan het script, maar aan een enkele individuele acteerprestatie van formaat. Zoals de sterk gespeelde woedende aanklacht van acteur Jef Hoogmartens tegen een God die consequent afwezig is op alle rampplekken waar Zijn aanwezigheid noodzakelijk is.

Het stuk toont zes stand-upcomedians die zich onderwerpen aan het oordeel van een talentscout. Slechts twee van hen mogen een stapje verder op weg naar de gewenste roem, de anderen zullen hun ambities moeten heroverwegen.

In het eerste deel van het toneeldrieluik proberen de kandidaten hun zenuwen in bedwang te houden, vangen ze elkaar vliegen af en bereiden ze zich voor op de audities. Dit is het zwakste deel, omdat het kijkje achter de schermen niet leuk is en dramatisch oninteressant. De vondst om een onverwacht binnenlopende fanfaremuzikant ongewild tot leukste van het hele stel te promoveren, kan de eerste drie kwartier niet redden, maar zorgt wel voor een lollig contrapunt.

In het middenstuk vindt de werkelijke auditie plaats. De ene kandidaat grijpt naar het houvast van de voor de hand liggende lol en grapt zich door de auditie heen met clichés, vooroordelen of seksmoppen, terwijl een ander zijn hoogst persoonlijke drijfveren tot inzet van zijn optreden maakt.
In de gelaagdheid van die laatste acts krijgt de humor een tragische randje en trakteert de tragiek ons op pijnlijke lol. In de spotlights van het klatergoud wordt hier het valse, grote gebaar doorgeprikt en vangen we een glimp op van de kleine mens achter de Komediant.

Deel drie, de afwikkeling, voegt niets meer toe aan het thema van de voorstelling, zij het dat we te horen krijgen dat er veel dingen grappiger zijn dan stand-up comedy. Wat deze voorstelling bewijst.

naar boven 


Stand up: grappige aanklacht
CJP.nl ©

Laten we beginnen met een waarschuwing. Stand Up, de nieuwe voorstelling van Het Zuidelijk Toneel in samenwerking met Comedytrain, is geen stand-up comedy avond. Het is eerder een aanklacht tegen stand-up comedy. Maar er valt wel genoeg te lachen.

Sander van Opzeeland, tekstschrijver én stand-upper bij Comedytrain, schreef het toneelstuk over zes mannen die alles in de strijd gooien om professioneel grappenmaker te worden. Hun reden hiervoor is verschillend. De één is kantoorslaaf met bezitterige vriendin (Mark Kraan), een ander gebruikt het podium om zijn maatschappijhaat te uit te braken (Jef Hoogmartens) en een volgende is kleuterleraar met ordeproblemen (Martijn Fischer).

Musicalpubliek
De aspirant comedians volgen een cursus bij een oude rot in het vak (John Buijsman). Hij regelt een auditie voor ze, waar ze worden beoordeeld door komiek Mark Lucifer (Henry van Loon). Voor hem staat vermaak voorop. Geef het publiek wat het wil en doe niet moeilijk. ‘Het comedypubliek is het op één na domste publiek dat er is. Het allerdomste is het musicalpubliek’. Als de audities beginnen, blijkt al snel blijkt dat de strijd die ze voeren met het publiek vele malen eenvoudiger is dan die met zichzelf. Want een makkelijke grap over homo’s of negers is zo gemaakt. De vraag is alleen of ze puur willen vermaken, of dat ze echt een verhaal willen vertellen.

De nieuwe Theo Maassen
Twee ‘audities’ springen eruit. Jef Hoogmartens’ tirade ten opzichte van alles wat in zijn ogen laag en verderfelijk is, is adembenemend. Feitelijk komt zijn interpretatie van de maatschappijkritische cabaretier aardig in de buurt van wat we kennen van Theo Maassen. Mark Kraan, de loser van het stel, legt als afsluiter van de avond zijn ziel zo bloot dat het zowel vertederend als verontrustend is. Erg knap.

De grappigste
De man met de meeste lachers op zijn hand is Stan Bannier. Hij speelt een wat onnozele Limburgse trombonist, die per ongeluk de kleedkamer van de comedians binnenwandelt. Door zijn perfect getimede droogkomische commentaar zorgt hij voor de nodige verluchting. Saillant detail: Bannier is acteur noch comedian. Hij had tot Stand Up alleen ervaring achter de schermen als lichtontwerper en technicus. Zo lijkt de mening van comedian Lucifer nog maar eens bewezen. John Buijsman, bij het grote publiek vooral bekend als de gefrustreerde buurman uit de Gamma-reclames, neemt de slotmonoloog voor zijn rekening. Zijn relaas over een zinloos geweld-ervaring is erg goed gespeeld, en zegt bovendien wat over zijn minachting voor zijn publiek.

Humor vs verdieping
Enig minpuntje van Stand Up is de geringe ruimte voor veel karakterontwikkeling van de karakters en hun onderlinge relaties. Daarvoor nemen de audities van de ‘comedians’ teveel ruimte in.  Hiermee lijkt Van Opzeeland in zijn eigen comedy-val te zijn getrapt. De vereiste diepgang wordt door de grappen ondergesneeuwd. Maar er valt dan wel veel te lachen.

naar boven