Dat is een afspiegeling van de discussie in de theaterwereld: blijf je trouw aan traditie en kwaliteit of lever je principes in om de gunst van het publiek te winnen. 'Stand up' lijkt een voorbeeld van die laatste stroming, maar die conclusie zou Het Zuidelijk Toneel ernstig tekort doen. De voorstelling legt juist de vinger op de zere plek.
Het Zuidelijk Toneel werkt samen met uitstekende acteurs. Mark Kraan zet een prachtige Kees neer, een saaie man die overdag op kantoor zit en 's avonds op de bank ligt te zappen en fantaseert over zijn nichtje. Hij is geen lolbroek, maar een man die in al zijn onmacht ontroerend grappig is. Aan het einde van de voorstelling huilt Freddie Martens bij Kees uit. Ineens zitten daar mensen van vlees en bloed. Deze scène ontroert en het is zonde dat het publiek zo lang op deze intensiteit moet wachten.
naar boven
Theater wint krachtmeting met comedy
TheaterCentraal © Celia Noordergraaf
In ‘Stand up’ bereiden zes mannen die een cursus stand-up comedy gedaan hebben, zich voor op een talentenjacht. Terwijl de zenuwen door hun lijf gieren, lopen ze zich warm door elkaar flink af te zeiken. De voorstelling is een boeiende mix tussen theater en stand up comedy. De wereld achter en óp het podium. In beide draait het om wie je bent en waar je werkelijk voor staat met soms een verrassende uitkomst. Schlemielige kantoorklerk Kees blijkt een authentiek talent, maar geen stand-up-comedian.
Eén voor één komen ze binnenvallen, de zes mannen die de afgelopen tijd hard aan hun comedytalent gewerkt hebben. Eén voor één verlaten ze aan het eind van de voorstelling weer het toneel. In tussentijd hebben we ze een beetje leren kennen: de winnaars het minst, de ‘verliezers’ het best. Freddie Martens, een mooie rol van John Buijsman, is op en top de leraar. Altijd bezig het beste uit zijn pupillen halen, nu zijn carrière als succesvol komiek voorbij is.
Freddies lessen vormen een mooie vorm van metacommunicatie over waar het nu werkelijk om gaat in het theater. Jezelf zijn, echt houden van je publiek, ervoor gaan… Tegelijk druipt de ironie er vanaf, waardoor er met al die belangrijke theaterthema’s ook flink de draak gestoken wordt. De onderkoelde en nonchalante humor van stand-upcomedian en talentscout Mark Lucifer gespeeld door Henry van Loon is een en al dubbele bodem. De oud-leerling van Freddie (ja, helaas indertijd niet zo leuk weggegaan) heeft het inmiddels helemaal gemaakt. Van Loon zet een arrogante kwast neer, die ondanks al zijn arrogantie af en toe toch echt leuk is.
De talenten van de stand-up comedians in opleiding lopen nogal uiteen en lijken een staalkaart te bieden van wat in humor mogelijk is. Dennis Rudge maakt als Jerrel handig gebruik van de vooroordelen en foute grappen die er over Antillianen bestaan. Jef Hoogmartens zoekt het als de opgefokte Alex vooral in woedende tirades over alles wat mis is in de maatschappij en de medemens. Het duo Peter en Willie gespeeld door Remco Melles en Justus van Dillen belooft met Jiskefet-achtige kantoorhumor te komen, maar hun gortdroge en flauwe gekissebis, blijft flauw en is op geen enkele manier humoristisch. Martijn Fischer speelt de aandoenlijke dikke homo Gerald goed, maar de ster van de avond is Kees, gespeeld door Mark Kraan. Aanvankelijk een grijze muis die al zijn grappen op papier voor zich moet hebben – en dus worden gejat door Alex –, geleefd door zijn mobiele telefoon, gooit hij geleidelijk alle knellende banden af en kiest voor de vrijheid. Een schitterende performance waardoor hij voor Freddie de winnaar is.
Stand-up comedy, cabaret, theater, genregrenzen vervagen in deze ruim twee uur durende voorstelling. Het meest dominant is het wanhopige gevecht van zes mannen die elk op hun eigen manier hun saaie leven proberen te ontvluchten door beroemd te worden in het theater. Ontroerend, herkenbaar, grappig.
naar boven
Kwaliteit of lekker scoren
De Telegraaf © Marco Weijers
"Je moet je publiek vooral niet overschatten. Het is zo stom als het achtereind van een varken." Mark Lucifer zegt het met de arrogantie van de gearriveerde artiest. Hij verdient als stand-upcomedian een goed belegde boterham en komt in Stand Up van Het Zuidelijk Toneel zes hoopvolle aspirant-collega's beoordelen. Doe vooral niet moeilijk, is zijn devies: "Geef de mensen wat ze willen."
't Had een vrij vertaalde versie van het bestaande Britse toneelstuk Comedians moeten worden, maar onder de handen van Sander van Opzeeland groeide de bewerking uit tot iets nieuws. Regisseur Matthijs Rümke gaat opnieuw de samenwerking aan met een andere theaterdiscipline. De schrijver komt uit het wereldje van de stand-upcomedy en drie stand-upcomedians van de Comedytrain dragen bij toerbeurt hun steentje bij.
In de rol van Mark Lucifer delen zij het podium met acteurs van Het Zuidelijk Toneel, die gestalte geven aan de potentiële comedytalenten uit het stuk. Tijdens de repetities kan dat een interessante wisselwerking hebben opgeleverd, maar op het toneel vallen de verschillen goeddeels weg.
Twee spelers hebben een afwijkende rol: Stan Bannier komt als side-kick toevallig even langs, John Buijsman overtuigt als de comedycoach die bij de kandidaten hamert op echtheid en originaliteit. Hij ergert zich aan de adviezen van Lucifer, omdat deze pleit voor het voorspelbare vermaak dat hij als coach verfoeit. Stand Up draait om dat spanningsveld tussen kwaliteit en gemakkelijk succes.
Onder de kandidaten zijn de meningen op dat punt verdeeld. In afwachting van hun auditie zijn het allemaal nogal clichématig typetjes, maar tijdens optredens komen ze soms verrassend uit de hoek. Dat een deel van deze comedians in de dop plat op hun gezicht gaat in Stand-Up, levert echter wel flinke hobbels op. Een slechte grap blijft een slechte grap, zelfs al is-ie door de schrijver zo bedoeld. Soms is het om die reden lastig te bepalen waar spel ophoudt en waar echt talent begint. Al blijft dan ook overeind dat de fulminerende Jef Hoogmartens en de gecultiveerde sukkel Mark Kraan zich zichtbaar thuis voelen in hun rol.
naar boven
Flauw stuk over flauwe grappen
de Volkskrant © Annette Embrechts
Even een misverstand wegwerken: de nieuwe voorstelling Stand Up van Het Zuidelijk Toneel is geen stand-up comedy. Het is stand-down comedy: een komisch toneelstuk dat tekeergaat tegen de macht van makkelijke grappen.
Sander van Opzeeland, zelf stand-upper bij Comedytrain, schreef een toneeltekst over zes middelmatige mannen die per se comedian willen worden. Allemaal hebben ze hun motieven om de alledaagse sleur te willen ruilen voor een bestaan in dienst van de vette lach van het grote publiek. De een kan zijn leerlingen wel wurgen, de ander is slaaf van vrouw en kantoorbaan, een derde hoop zijn cynisme te gelde te maken. Allemaal ontdekken ze dat de moeilijkheid niet zit in de snelle lach - de middelmatige Nederlander reageert toch wel - maar in het morele dilemma hoe lang je nog achter je opgefokte lolligheid staat. Beledig je complete bevolkingsgroepen: homo's, negers, joden? Imiteer je BN'ers? Of vertel je banale moppen over worteltjestaart?
Het is lovenswaardig dat Het Zuidelijk Toneel het populaire fenomeen stand-up comedy onder handen neemt. Matthijs Rümke vroeg als tekstschrijver iemand die het wereldje van binnen kent en dus zijn eigen nest bevuilt ('Comedypubliek is het op een na domste publiek; het domste is musicalpubliek'). Van Opzeeland grijpt de gelegenheid aan om bovendien tekeer te gaan tegen de macht van de middelmaat die de televisie regeert, en zijn leger bekende Nederlanders. Jammer alleen dat Opzeeland zelf een middelmatig toneelstuk schreef. Er zit te weinig ontwikkeling in de personages, de tragiek in hun onderlinge conflicten is niet grimmig en gelaagd genoeg en de talentenjacht halverwege is een te lange aaneenschakeling van stereotiepe optredens. Bovendien wordt John Buijsman, de meest ervaren acteur, te weinig ingezet. Hij speelt een uitgerangeerde komeik, de docent van het zestal. Als hij lange tijd vanuit de zaal toekijkt, wordt zijn cynisme commentaar node gemist.
Als MC annex talentscout vraagt HZT telkens een stand-upper. Bij de première was dat Henry van Loon die het als acteur net redt maar als grappenmaker het gehekelde niveau nauwelijks ontstijgt. Grappig zijn wel de B-comedians: van zelfhater (Mark Kraan) tot mismaakte homo (Martijn Fischer), van dommig duo (Remco Melles en Justus van Dillen) tot grove afzeiker (Jef Hoogmartens) en van swingende zwarte (Dennis Rudge) tot spuit elf (Stan Bannier). Die laatste, eigenlijk lichtontwerper en technicus, scoort het best, als verdwaalde, sullige trombonist uit Limburg, door zijn perfect vertraagde timing.
Na twee uur Stand Up is duidelijk: comedian worden is een keuze, comedian spelen een vak. En toneelschrijven ook.
naar boven
Zelfhaat van de stand-up komiek
NRC Handelsblad © Kester Freriks
"Het comedypubliek is het op een na domste publiek; het domste is musicalpubliek", luidt een van de oneliners in de voorstelling Stand Up door Het Zuidelijk Toneel. De grap valt dood. Hij is dan ook niet echt leuk, evenmin als de reeks grappen over homo's, Joden, BN'ers, negers, vrouwen, televisie, porno. Stand Up is een zelfhaatstuk van komiek Sander van Opzeeland over het genre stand-up comedy. Het Zuidelijk Toneel werkt hiervoor samen met Comedytrain.
Met Stand Up geeft Van Opzeeland gezicht aan zes middelmatige tot zeer slechte aspirant stand-uppers tijdens een talentenjacht. Na Driestuiversopera en Reis om de wereld in 80 dagen, gaat regisseur Matthijs Rümke verder met de liaison tussen toneel en cabaret.
De aankomende stand-uppers zien dat ze inderdaad geen talent hebben, met uitzondering van de gimmige Jef Hoogmartens en Dennis Rudge. De grappen zijn grof en lijken op elkaar. Elk van deze mannen is geobsedeerd door een ranzige vorm van seks die bijna zielig aandoet. Er is een acteur die torenhoog boven de gretige comedians uitstijgt, en dat is John Buijsman. Hij vertolkt de rol van de volleerde comedian. Alleen al met zijn fraai ouderwets kostuum laat hij zien dat hij ver afstaat van deze mannen die zo graag comedian willen zijn. Zijn slotmonoloog over een geweldscène op straat, waarbij de voorbijgangers net zo willoos toekijken als het theaterpubliek, is indrukwekkend.
De anderen vallen hierbij in het niet. De flirt van toneel met cabaret is ditmaal niet gelukt. Ik zou graag van regisseur Rümke een mooie regie zien van een klassiek toneelstuk. Dat lijkt me te behoren tot de taak van een groot repertoiregezelschap. Nu levert hij half werk.
naar boven
Stand up maakt verwachting niet waar
Dagblad De Limburger © Jos Prop
Velen doen leuk, slechts een enkeling is leuk. Het beroep van humorist is een moeilijk vak. Een toneelstuk spelen waarin de humor onleuk, dus tenenkrommend pijnlijk moet zijn is, zoals de voorstelling Stand up laat zien, van een nog hogere moeilijkheidsgraad. Mocht er al iets te genieten vallen, dan ligt dat niet aan het script, maar aan een enkele individuele acteerprestatie van formaat. Zoals de sterk gespeelde woedende aanklacht van acteur Jef Hoogmartens tegen een God die consequent afwezig is op alle rampplekken waar Zijn aanwezigheid noodzakelijk is.
Het stuk toont zes stand-upcomedians die zich onderwerpen aan het oordeel van een talentscout. Slechts twee van hen mogen een stapje verder op weg naar de gewenste roem, de anderen zullen hun ambities moeten heroverwegen.
In het eerste deel van het toneeldrieluik proberen de kandidaten hun zenuwen in bedwang te houden, vangen ze elkaar vliegen af en bereiden ze zich voor op de audities. Dit is het zwakste deel, omdat het kijkje achter de schermen niet leuk is en dramatisch oninteressant. De vondst om een onverwacht binnenlopende fanfaremuzikant ongewild tot leukste van het hele stel te promoveren, kan de eerste drie kwartier niet redden, maar zorgt wel voor een lollig contrapunt.
In het middenstuk vindt de werkelijke auditie plaats. De ene kandidaat grijpt naar het houvast van de voor de hand liggende lol en grapt zich door de auditie heen met clichés, vooroordelen of seksmoppen, terwijl een ander zijn hoogst persoonlijke drijfveren tot inzet van zijn optreden maakt.
In de gelaagdheid van die laatste acts krijgt de humor een tragische randje en trakteert de tragiek ons op pijnlijke lol. In de spotlights van het klatergoud wordt hier het valse, grote gebaar doorgeprikt en vangen we een glimp op van de kleine mens achter de Komediant.
Deel drie, de afwikkeling, voegt niets meer toe aan het thema van de voorstelling, zij het dat we te horen krijgen dat er veel dingen grappiger zijn dan stand-up comedy. Wat deze voorstelling bewijst.
naar boven
Stand up: grappige aanklacht
CJP.nl ©
Laten we beginnen met een waarschuwing. Stand Up, de nieuwe voorstelling van Het Zuidelijk Toneel in samenwerking met Comedytrain, is geen stand-up comedy avond. Het is eerder een aanklacht tegen stand-up comedy. Maar er valt wel genoeg te lachen.
Sander van Opzeeland, tekstschrijver én stand-upper bij Comedytrain, schreef het toneelstuk over zes mannen die alles in de strijd gooien om professioneel grappenmaker te worden. Hun reden hiervoor is verschillend. De één is kantoorslaaf met bezitterige vriendin (Mark Kraan), een ander gebruikt het podium om zijn maatschappijhaat te uit te braken (Jef Hoogmartens) en een volgende is kleuterleraar met ordeproblemen (Martijn Fischer).
Musicalpubliek
De aspirant comedians volgen een cursus bij een oude rot in het vak (John Buijsman). Hij regelt een auditie voor ze, waar ze worden beoordeeld door komiek Mark Lucifer (Henry van Loon). Voor hem staat vermaak voorop. Geef het publiek wat het wil en doe niet moeilijk. ‘Het comedypubliek is het op één na domste publiek dat er is. Het allerdomste is het musicalpubliek’. Als de audities beginnen, blijkt al snel blijkt dat de strijd die ze voeren met het publiek vele malen eenvoudiger is dan die met zichzelf. Want een makkelijke grap over homo’s of negers is zo gemaakt. De vraag is alleen of ze puur willen vermaken, of dat ze echt een verhaal willen vertellen.
De nieuwe Theo Maassen
Twee ‘audities’ springen eruit. Jef Hoogmartens’ tirade ten opzichte van alles wat in zijn ogen laag en verderfelijk is, is adembenemend. Feitelijk komt zijn interpretatie van de maatschappijkritische cabaretier aardig in de buurt van wat we kennen van Theo Maassen. Mark Kraan, de loser van het stel, legt als afsluiter van de avond zijn ziel zo bloot dat het zowel vertederend als verontrustend is. Erg knap.
De grappigste
De man met de meeste lachers op zijn hand is Stan Bannier. Hij speelt een wat onnozele Limburgse trombonist, die per ongeluk de kleedkamer van de comedians binnenwandelt. Door zijn perfect getimede droogkomische commentaar zorgt hij voor de nodige verluchting. Saillant detail: Bannier is acteur noch comedian. Hij had tot Stand Up alleen ervaring achter de schermen als lichtontwerper en technicus. Zo lijkt de mening van comedian Lucifer nog maar eens bewezen. John Buijsman, bij het grote publiek vooral bekend als de gefrustreerde buurman uit de Gamma-reclames, neemt de slotmonoloog voor zijn rekening. Zijn relaas over een zinloos geweld-ervaring is erg goed gespeeld, en zegt bovendien wat over zijn minachting voor zijn publiek.
Humor vs verdieping
Enig minpuntje van Stand Up is de geringe ruimte voor veel karakterontwikkeling van de karakters en hun onderlinge relaties. Daarvoor nemen de audities van de ‘comedians’ teveel ruimte in. Hiermee lijkt Van Opzeeland in zijn eigen comedy-val te zijn getrapt. De vereiste diepgang wordt door de grappen ondergesneeuwd. Maar er valt dan wel veel te lachen.
naar boven